Actuele trends en ontwikkelingen in het onderwijs

Geschreven op vrijdag 29 juli 2016

 

De toekomst begint vandaag

Nieuwe technologieën en ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Waar vandaag iedereen over praat, is volgende week alweer oud nieuws. Hoe dan ook wordt de afstand tussen een idee en een product steeds kleiner. Leerlingen worden makers en docenten hun coaches. Moderne technologieën worden steeds goedkoper en voor een breder publiek beschikbaar. Dat heeft ook zijn weerslag op de arbeidsmarkt en daarmee op het onderwijs. De beroepen van straks bestaan voor een deel nu nog niet eens. Hoe weten we dan waar ons onderwijs aan moet voldoen? Wat moeten de leerlingen van nú leren om later een vliegende start te kunnen maken op de arbeidsmarkt? Welke kennis en vaardigheden hebben zij nodig om optimaal te kunnen functioneren in de samenleving van de toekomst?

Met overzicht en up-to date de toekomst tegemoet

Of we nu willen of niet, het onderwijs is en blijft volop in beweging. Zo ook het afgelopen schooljaar, wederom een bewogen jaar. Het ene na het andere rapport werd gepubliceerd en trends en ontwikkelingen volgden elkaar in rap tempo op. hieronder vatten we de wat ons betreft meest in het oog springende trends en ontwikkelingen voor u samen. We hopen u daarmee een handje te helpen bij het behouden van overzicht, zodat u optimaal voorbereid en up-to-date aan de slag kunt. Klaar voor de toekomst! 

Technologiekompas voor het onderwijs

In het trendrapport van Kennisnet wordt vooruit gekeken naar technologieën die een belangrijke rol kunnen gaan spelen voor het onderwijs. Doel van het rapport is managers en bestuurders in het onderwijs handvatten te bieden voor het maken van onderbouwde (investerings)beslissingen. 

Impact van technologie

Voordat de technologietrends aan bod komen, gaat het rapport in op de impact van technologie op de samenleving en op het onderwijs. Ook worden actuele onderwijsvraagstukken genoemd, zoals het bieden van onderwijs op maat, samenwerken met de omgeving, kwaliteit bieden en kosten beheersbaar houden. Deze vraagstukken spelen breed binnen het onderwijs en technologieën kunnen hier (deels) een antwoord op geven.

Hype cylce

Samen met onderzoeks- en adviesbureau Gartner zijn er uit alle opkomende technologieën negen geselecteerd voor het Nederlandse onderwijs. Hierbij is gekeken naar relevantie voor meerdere actuele onderwijsvraagstukken, verwachte effectieve impact op het onderwijs en de levensfase van de technologie. Elke technologie is geplot op de Gartner hype cycle, waarop te zien is of een technologie heel nieuw en onbekend is of al volwassen is. Niet elke technologie doorloopt alle fasen, soms verdwijnt er één halverwege de cycle en blijkt dat deze slechts een hype was. 

Is er aandacht voor de binnenkant van de computer? 
Want met zoveel digitaals om ons heen, is het misschien wel handig
om daar wat meer van te begrijpen. 

Patricia van der Linden op frankwatching.nl  

De trends

1. Datagedreven onderwijs

Technologie zo inzetten dat deze de leraar ondersteunt bij zijn vak, onderwijs op maat geboden kan worden en de leerling leert in een digitale omgeving die helemaal bij hem of haar aansluit. De bouwstenen van datagedreven onderwijs op een rijtje:

  • Learning Analytics: het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van en over data van leerlingen tijdens het leerproces vormt een belangrijke bouwsteen van datagedreven onderwijs.      
  • Digitaal leermateriaal: is adaptief; heeft de leerling laten zien dat hij een bepaald onderdeel goed beheerst, dan wordt dat niet meer aangeboden. Heeft hij het nog niet onder de knie, dan krijgt hij nogmaals instructie of extra oefeningen. Die directe feedback werkt positief voor het leereffect.      
  • Persoonlijke leeromgeving: de nieuwe digitale ‘schooltas’ waar alles in zit wat een leerling nodig heeft. Niet één systeem, maar een omgeving die de leerling helemaal zelf samenstelt, met naast de formele systemen van de school ook platformen van daarbuiten. De leerling werkt bijvoorbeeld samen via Google Drive, presenteert werkstukken misschien wel op YouTube of een blog of zoekt extra uitleg bij een online cursus.

2. Do-it-yourself en maker movement

Wereldwijd is een beweging gaande, de Maker movement, van enthousiaste ‘bouwers’. Door het internet kunnen zij kennis en ontwerpen delen, verder bouwen op ontwerpen van een ander en op deze manier gebruik maken van ‘wisdom of the crowd’. Deze trend kent als belangrijkste ingrediënten ICT, innovatie, creativiteit en techniek. Laagdrempelig ‘knutselen’ met technologie, leren door te maken en ondertussen ook nog vaardigheden trainen als probleemoplossend denken of samenwerken.

3. Slimme sensoren     

Sensoren worden steeds kleiner en binnen het onderwijs ziet Kennisnet toepassingsmogelijkheden bij het meten van allerlei activiteiten of functies van het lichaam, met als doel jezelf hierop te verbeteren of je welzijn te verhogen. Voorbeelden hiervan die je nu al ziet zijn bijvoorbeeld stappentellers. Als je die lijn doortrekt, is het best voor te stellen dat je over een aantal jaren geholpen wordt met inzicht over wat het beste moment voor jou is om te leren (wanneer is je concentratieniveau het hoogst). Sensoren kunnen ook worden ingebouwd en ingezet om van het schoolgebouw een ‘smart building te maken: bij een te hoog co2-gehalte bijvoorbeeld gaat automatisch het raam open.

Bron: frankwatching.nl

Trendrapport lezen?

U vindt het Trendrapport van Kennisnet hier.

Terug naar een vaste kern en inspelen op de veranderende wereld

Op 23 januari 2016 presenteerde het Platform Onderwijs2032 een adviesrapport gebaseerd op een maatschappelijke dialoog, de huidige Nederlandse onderwijspraktijk, voorbeelden uit het buitenland en wetenschappelijke inzichten. Het Platform heeft gesproken met diverse wetenschappers en heeft gebruikgemaakt van (wetenschappelijke) literatuur. De rode draad van dit advies? Terug naar een vaste kern. En meer flexibiliteit, burgerschap, persoonlijke ontwikkeling en inspelen op de veranderende wereld. 

Samenvatting in 8 punten

  1. Kennisoverdracht blijft belangrijk, maar moet meer in balans zijn met persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij.
  2. Toekomstgericht onderwijs prikkelt creativiteit en nieuwsgierigheid en leert leerlingen zich blijvend te ontwikkelen, om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid en over de grenzen heen te kijken. Het leert ze de kansen van de digitale wereld te benutten en biedt maatwerk.
  3. Onderwijs leert leerlingen een vaste kern van basiskennis en -vaardigheden, verdiept met eigen mogelijkheden en interesses, vakoverstijgend leren, denken en werken.
  4. Persoonlijke ontwikkeling zou door het hele onderwijsaanbod heen vorm moeten krijgen. Ethiek, religie, levensbeschouwing en morele vorming zijn onmisbaar zijn voor het curriculum van de toekomst.
  5. Taal en rekenen blijven belangrijk. Engels behoort tot de kern van onderwijs, liefst vanaf groep 1. Digitale vaardigheden en burgerschap moeten tot de vaste kern horen. De vaste kern van essentiële kennis splitst zich op: natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur. Niet van alles een beetje, maar meer van minder.
  6. Meer vakoverstijging en minder een klassieke indeling in vakken.
  7. Vormen van centrale toetsing moeten blijven bestaan, maar een deel van de vaardigheden is alleen ‘merkbaar’ in plaats van 'meetbaar'.
  8. Bij dit alles moet de leraar een stevige rol spelen en meer regie over de onderwijsinhoud hebben.

Adviesrapport lezen?

U vindt het Adviesrapport van Platform Onderwijs2032 hier.

Voortbouwen op een stevige basis

SLO en Kennisnet presenteerden een nieuw, gedetailleerder model van de 21e eeuwse vaardigheden. Dit model omschrijft 11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken. Het nieuwe model voor 21e eeuwse vaardigheden bouwt voort op het oude. Een belangrijk verschil met het oorspronkelijke model is dat het onderwerp 'digitale geletterdheid' niet meer zelfstandig voorkomt. Het is uitgesplitst in de 4 zelfstandige vaardigheden ict-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking.

Wist u dat…

....de stippellijnen tussen de vaardigheden een functie hebben?
Ze geven aan dat de verschillende vaardigheden elkaar aanvullen en overlappen.
Bij het oplossen van problemen moet je bijvoorbeeld ook creatief kunnen denken. 

De skills van de toekomst

  • Informatievaardigheden | Het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren.
  • Mediawijsheid | Het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.
  • Computational thinking | Het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen.
  • Kritisch denken | Het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen.
  • Probleem oplossen | Het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen.
  • ICT-basisvaardigheden | De kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen.
  • Samenwerken | Het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.
  • Sociale en culturele vaardigheden | Het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.
  • Communiceren | Het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.
  • Creatief denken | Het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden.
  • Zelfregulering | Het vermogen om zelfstandig te handelen in afstemming op de taak en de omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten en verantwoordelijkheid nemend voor het eigen handelen. 

De 21st century skills bekijken?

U vindt het vernieuwde model 21st century skills hier

Techniek op de kaart door samen op te trekken

Uit analyses van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) blijkt dat op termijn jaarlijks 30.000 extra technici nodig zijn om in de groeiende behoefte aan technisch personeel te voorzien. Dat vraagt om extra inspanningen. Onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, jongeren, topsectoren, regio’s en Rijk hebben daarom in mei 2013 een Nationaal Techniekpact gesloten.

Bijgestelde doelen

Op 18 april 2016 is een geactualiseerd Techniekpact gepresenteerd. Want de inzet op de doorstroom van technici vanuit het onderwijs naar de technische arbeidsmarkt én op het behoud van technisch talent - van vakmensen op de werkvloer - blijft van groot belang. In het geactualiseerde Nationaal Techniekpact vindt u 12 doelen. Deze deels nieuw geformuleerde doelen, in lijn met de afspraken uit 2013, bieden voor alle betrokken partners de basis om de komende jaren gericht acties voort te zetten en te starten, resultaten te boeken en verdere samenwerking te realiseren. Vooral de eerste 3 doelen zijn van belang voor het basisonderwijs:

  1. Basisscholen bieden in 2020 structureel Wetenschap en Techniek aan
  2. Leerkrachten beter toerusten op het aanbieden van Wetenschap en Techniek
  3. Versterken van publiek-private samenwerkingen in primair en voortgezet onderwijs 

Meer over het Techniekpact

Nederland telt mee in de wereld. Als het gaat om concurrentiekracht, innovatie en wetenschappelijk onderzoek behoren we internationaal gezien nog steeds tot de top, ondanks de economische tegenwind. Die uitstekende positie hebben we te danken aan onze goed opgeleide beroepsbevolking. Nederland wil graag mee blijven doen in de top, maar dit vraagt om voldoende slimme en vakbekwame technici. Tot 2020 gaan er jaarlijks meer dan 70.000 bouwvakkers, installateurs, elektrotechnici, metaalbewerkers, ingenieurs en systeemanalisten met pensioen. Het onderwijs levert elk jaar weer tienduizenden vakbekwame technici af om hun plaats in te nemen. Maar dat is niet genoeg. Om te kunnen blijven concurreren met het buitenland en om marktkansen te benutten heeft Nederland meer goed opgeleide technici nodig.  

Meer lezen?

U vindt hier meer informatie over het Nationaal Techniekpact.

Uitleg, doelen en activiteiten

Op 25 mei 2016 lanceerden Kennisnet, SLO en diverse scholen naar aanleiding van een versnellingsvraag een doordachte leerlijn programmeren, bedoeld voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw in het basisonderwijs. De leerlijn bestaat uit uitleg over basisbegrippen van programmeren, doelen en activiteiten voor in de klas voor de leerlingen.

Doorlopende leerlijn

De leerlijn programmeren is een doorlopende leerlijn waarin leerlingen kennismaken met een tiental programmeerbegrippen, zoals algoritmes, patronen en variabelen. Bij elk begrip zijn leerdoelen beschreven, voor de onderbouw, middenbouw en bovenbouw, en er zijn voorbeeldlessen opgenomen. Scholen en leerkrachten kunnen zelf kiezen aan welke begrippen ze aandacht besteden, en welke lessen ze daarvoor eventueel gebruiken.

Niet op de computer

Bij de lessen zijn geen computers nodig omdat de makers van de leerlijn leerlingen geen programmeertalen willen aanleren. Leraren zouden veel voorkennis nodig hebben om de kinderen goed te kunnen begeleiden, en daarnaast hebben die computertalen vaak een te hoog niveau voor de basisschool. Ook verouderen ze snel, is de gedachte hierachter.

Achterliggende principes

Het gaat er bij de leerlijn om dat leerlingen kennismaken met de achterliggende principes van het programmeren. Zeg maar de grammatica van het programmeren. Maar een programmeerles draait niet alleen om programmeren. In de lessen uit de leerlijn moeten leerlingen vaak ook samenwerken, kritisch denken, problemen oplossen en hun creativiteit aanspreken. 

Leerlijn bekijken?

U vindt de complete leerlijn programmeren hier

Beroep op creativiteit en denkvaardigheid

Wetenschap en techniek is meer dan het doen van proefjes en het maken van producten. Een recente didactische ontwikkeling is dat kinderen door onderzoekend en ontwerpend leren competenties ontwikkelen die samenhangen met de wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Deze manier van leren daagt leerlingen uit en doet een beroep op hun creativiteit en hun denkvaardigheden. Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de leerlingen de kennisinhouden veel beter opnemen en onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen. 

Twee verschillende dingen

Hoewel voor onderzoeken en ontwerpen vergelijkbare vaardigheden nodig zijn, zoals bijvoorbeeld creatief denken, zijn ontwerpen en onderzoeken niet hetzelfde. De uitkomst en ook de manier waarop de uitkomst wordt verkregen verschilt. Onderzoeken is gericht op het vermeerderen van kennis en begint altijd met een vraag waarop je antwoord wilt. Vervolgens start het onderzoeksproces. Ontwerpen begint met een probleem of behoefte en is gericht op het ontwikkelen van een oplossing. Hiervoor gebruik je een ontwerpproces.  

De onderzoeks- en ontwerpcycli 

De ontwerpcyclus

Het is waardevol om ontwerpen systematisch aan te pakken, vooral als u en uw leerlingen er nog maar net mee beginnen. In de wetenschappelijke literatuur wordt het ontwerpproces vaak als een cyclus voorgesteld. Het basisidee is dat ontwerpen een activiteit is van mensen, voor mensen. Ontwerpen start vanuit een behoefte of probleem van iemand. Het ontwerpproces begint dan ook altijd met het verkennen van een probleem.  

  1. Formuleer een duidelijk thema of een relevante vraagstelling en laat deze door de leerlingen uitgebreid verkennen. Waar gaat de opdracht over en waarom is deze belangrijk? Laat de leerlingen boeken lezen of personen interviewen zodat ze zich kunnen verdiepen in het thema.
  2. Bespreek de resultaten en brainstorm over hoe een ontwerp kan inspelen op de vraagstelling. Bedenk veel ideeën en maak hieruit een selectie.
  3. De gekozen ideeën worden uitgewerkt.
  4. Door te schetsen en prototypes te maken kunnen de leerlingen hun idee visualiseren.
  5. Hierna kunnen de leerlingen hun ontwerpen testen in de praktijk en weer opnieuw aanscherpen. Vaak moeten er verschillende versies gemaakt worden om tot een geschikt definitief ontwerp te komen.
  6. Een presentatie van alle ontwerpen kan de cyclus afsluiten of weer opnieuw starten om tot nog meer en betere ideeën te komen. 

De onderzoeksyclus

Bij onderzoekend leren gaan leerlingen vanuit eigen verwondering op onderzoek uit. Dit betekent niet dat je de leerling helemaal loslaat. De rol van de leraar is er één van inspirator en coach. Een hulpmiddel bij het begeleiden van onderzoek is de onderzoekscyclus. Steeds geef je vanuit verwondering ruimte aan speels verkennen. Deze speelse verkenning mondt vervolgens uit in een systematisch onderzoek waarin leerlingen informatie verzamelen en komen tot nieuwe inzichten en conclusies. De onderzoekscyclus wordt vaak cyclisch en iteratief doorlopen. Tijdens het onderzoek komen de leerlingen erachter dat ze een vorige stap nogmaals willen uitvoeren. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld tijdens het trekken van conclusies komen tot een nieuwe opzet voor het onderzoek (stap 3) en voeren dit uit (stap 4). Ze doorlopen een aantal stappen nog een keer om te komen tot betrouwbare conclusies.  

  1. Laat de leerlingen benoemen waar ze nieuwsgierig naar zijn en laat ze aan de hand hiervan vragen formuleren, verwoorden en verbeelden.
  2. Inventariseer ervaringen, kennis en meningen en kijk of er verbanden gelegd kunnen worden. Daarna is het tijd voor het formuleren van een onderzoeksvraag en het bedenken van mogelijke antwoorden (hypotheses).
  3. De onderzoeksvraag wordt aangescherpt en uitgewerkt. Wat is er nodig om op onderzoek uit te gaan?
  4. Hierna kunnen de leerlingen het onderzoek gaan uitvoeren: waarnemen, gegevens verzamelen, bespreken en analyseren.
  5. Formuleer conclusies. Hoe betrouwbaar zijn ze, zijn er alternatieve conclusies en verklaringen? Vaak ontstaan er aan de hand van deze discussie weer nieuwe vragen.
  6. Een presentatie van het onderzoek en de resultaten.  

Meer zien?

Meer informatie over de onderzoeks- en ontwerpcycli vindt u op ontwerpenindeklas.nl. Hier vindt u ook tips hoe u de cycli kunt toepassen in uw lessen.

Leestip!

Leidraad onderzoekend en ontwerpend leren | Een praktische handreiking bij het vormgeven van uw onderwijs in wetenschap en technologie.

Doetip!

Volg gratis de door registerleraar.nl gevalideerde e-learningmodule ‘Ontwerpend leren in het basisonderwijs’.
Vraag een inlogcode aan via training@heutink.nl.

Wereldwijde evolutie van STEM naar STEAM

Internationaal is het een veelgehoorde en gevestigde term binnen het onderwijs, maar in Nederland staat STEM nog in de kinderschoenen. Misschien kent u de term, misschien ook niet. STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics en sluit naadloos aan op de 21st century skills. Hoe dicht technologie en kunst elkaar kunnen versterken wordt duidelijk uit de wereldwijde evolutie van STEM naar STEAM, waarbij de 'A' van Arts wordt toegevoegd. Waarom? Omdat er meer overeenkomsten zijn dan je denkt tussen STEM-vakken en kunsteducatie. 

De ‘A’ in STEAM als verbindende factor

           
Kunstonderwijs is een
sleutel tot creativiteit


 

Creativiteit is een
essentieel onderdeel
en een versneller
van innovatie

 Innovatie is bewezen
noodzakelijk voor het
creëren van nieuwe
industrieën in de toekomst

 Nieuwe industrieën en
de daarbij horende banen
zijn de basis voor onze
toekomst

Kunst en cultuur als cement

Ook in de creatieve vakken is veel veranderd de afgelopen jaren. Iets dat de komende jaren niet minder zal worden. De inzet van digitale middelen ter ondersteuning van de les neemt toe en we kunnen niet meer om nieuwe media heen. Het materiaalgevoel bij leerlingen neemt af, het echt werken met gereedschappen in de handvaardigheidslessen wordt minder. Steeds vaker wordt virtueel gewerkt, gesimuleerd en met computervaardigheden gecreëerd. Kunst en cultuur lijken soms haaks te staan op technologie. En toch kunnen kunst en cultuur en technologie heel goed hand in hand gaan.

Niemand weet hoe de toekomst er uit zal zien. Werken leerlingen aan de hand van onderzoeksvragen? Wordt het eindproduct ondergeschikt aan het proces van problemen oplossen? De digitalisering zet ongetwijfeld door en de rol van de leerkracht verandert van instructie geven naar het bewaken van het proces als coach en inspirator. Een prachtige uitdaging! 

The game is changing.
It isn’t just about math and science anymore.
It’s about creativity, imagination and, above all, innovation. 

Business week  


Het eerste STEAM-magazine!

Wilt u meer lezen over STEAM? Bent u benieuwd naar wat dit kan betekenen voor uw lessen? Of wilt u praktische tips om hiermee aan de slag te gaan in de praktijk? Vraag dan ons STEAM-magazine aan: een glossy magazine boordevol inspiratie, interviews, proefjes en producten. Neem hiervoor contact met ons op of bekijk een voorproefje van de hoofdstukken uit het magazine:

> bekijk Onderzoekend en ontwerpend leren
> bekijk Maken en programmeren 
> bekijk Smart learning
> bekijk Kunst en nieuwe media
> bekijk Inrichten van het vaklokaal

 

 

Save the date: Nationale STEAM-DAG!

Wilt u meer weten over STEAM? Quest en Heutink organiseren op 12 oktober a.s. gezamenlijk de eerste Nationale STEAM-dag voor vakdocenten uit het voortgezet onderwijs en bovenbouwleerkrachten uit het basisonderwijs. Dagvoorzitter Thomas Hendriks (hoofdredacteur Quest) leidt u door een inspirerend programma vol prikkelende lezingen, interactieve workshops, stevige stellingen en nieuwe inzichten op het gebied van wetenschap, techniek en kunst in het onderwijs.

Vroegboekvoordeel
Schrijf u nog voor het nieuwe schooljaar in en u ontvangt uw toegangsbewijs t.w.v. 50,- gratis. Klik hier voor meer informatie en inschrijven. 

 

Nog meer trends & ontwikkelingen

Maakonderwijs | Nieuwe media Virtual realityHet lokaal als leermiddel