Leerlingen ontwerpen eigen werkplaats op CSG Jan Arentsz

Geschreven op woensdag 11 mei 2016

 

Interview met Paul Swinkels, Technator op CSG Jan Arentsz

Starten met een Technasium in de brugklas

Het CSG Jan Arentsz in Alkmaar is afgelopen schooljaar gestart met een Technasium. In de opmaat naar een volledig aanbod voor alle jaren, wordt het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) al aan de brugklassers aangeboden. De grote uitdaging is nu in drie jaar tijd het aanbod uit te bouwen met een volwaardige Technasiumwerkplaats. Hoe? Heel eenvoudig: je vraagt het de leerlingen!

Pilot

Paul Swinkels is als technator de drijvende kracht achter de nieuwe bètatechnische stroming van het Jan Arentsz. Hij is dit schooljaar gestart met lessen O&O aan de brugklas en brengt de school samen met andere bevlogen docenten en een onderwijsassistent (die allen een aanvullende Technasiumopleiding hebben gevolgd) naar de Technasiumformule. Het eerste jaar was een pilot en de school verkeert nog in de oriëntatiefase, maar de ambities liegen er niet om.

Swinkels: ‘Om de naam Technasium te mogen dragen moeten we aan een aantal vereisten voldoen. De belangrijkste is dat we over drie jaar vanuit een werkplaats doceren. Het is enorm inspirerend om zo’n werkplaats te ontwerpen. Voor ons, maar ook voor de leerlingen. Dus hebben we er in de lessen een project van gemaakt.’

Vanuit het niets

De school wil in alle rust ervaring opdoen en een goed plan ontwikkelen voor de nieuwe werkplaats. Wanneer je als beginnend Technasium meteen een dure werkplaats bouwt, is de kans groot dat niet aan alle eisen en wensen wordt voldaan. Swinkels: ‘Het ligt nog helemaal open hoe het eruit gaat zien en waar we de nadruk op gaan leggen. Daarom is het ook zo interessant om dit project met de leerlingen te starten. De leerlingen kunnen nu nog vanuit het niets ontwerpen, dat is enorm motiverend voor ze. Bovendien geeft het ons meer inzicht in de wensen en ideeën die leerlingen zelf hebben.’

Groepsopdracht

Op het Technasium werk je samen met het bedrijfsleven aan projecten. Zo ook dit project. Heutink kwam de projectopdracht presenteren en begeleiden. Centrale vraag: hoe ziet de nieuwe werkplaats op het Technasium er uit? De leerlingen hebben in groepen aan de opdracht gewerkt, om uiteindelijk een ontwerp, een verslag en een maquette te presenteren.  

          

Uiteenlopend resultaat

Parallel aan het project met de leerlingen werkt de Alkmaarse school haar eigen plan uit. Of er daadwerkelijk ideeën of ontwerpen van leerlingen in terug te vinden zijn zal de tijd leren. Wel is Swinkels heel enthousiast over de uitkomsten. ‘De resultaten liepen heel erg uiteen. Sommige groepen hebben zich helemaal uitgeleefd op de maquette, anderen doken meer in het onderzoek en verslag en legden meer de nadruk op het programma van eisen.’

   


Knalgele pitstop

‘Wat we vooral hebben gemerkt is dat de kinderen veel gevoel hebben voor het creëren van aantrekkelijke ruimtes. Ze willen inspirerende ruimtes met veel glas, zichtlijnen, kleur en het liefst ook muziek. En ze gingen ook helemaal los op multifunctionele meubels. Een balkon met een binnen- en buitenruimte, zitbakken en relaxplekken. Er zat ook een geweldig ontwerp tussen voor een knalgele pitstop, waar de docent tijdens het werken kort geraadpleegd kan worden.’

Ambitie voelbaar

Swinkels is zelf ook voorstander van een werkplaats waar de leerlingen zich thuis voelen. ’We gaan een werkplaats creëren waar de bètatechnische ambitie voelbaar is. De ruimtes moeten naadloos aansluiten bij de verschillende momenten in het proces. Brainstormen en ontwerpen vragen een andere opzet dan de machinekamer. Voor al die ruimtes wil je eigenlijk dat de kinderen voor de deur staan te trappelen om te beginnen. De ruimte moet uitnodigen om zo zelfstandig mogelijk te kunnen werken’.

Shoppen voor ervaringen

Het Jan Arentsz onderhoudt voor de ontwikkeling van haar werkplaats contacten met andere opleidingen in het landelijke Technasiumnetwerk. Swinkels: ‘We shoppen bij andere O&O-werkplaatsen en luisteren naar de ervaringen van scholen die ons voor gingen. Dat nemen wij mee in ons eigen plan.’



Samenwerking bedrijfsleven

Een mooi aspect vindt Swinkels ook de samenwerking met het bedrijfsleven. ‘We werken met de wereld om ons heen, met de kleine en grotere bedrijven uit de regio. Voor die bedrijven is het soms wennen om voor de klas te staan, maar er ontstaat vaak al snel een mooie wisselwerking. Voor leerlingen is het enorm motiverend om vanuit de echte beroepspraktijk te werken. Als het om echte opdrachten van echte bedrijven gaat, zijn ze een stuk serieuzer. Je ziet het inzicht en de motivatie groeien.’

Fantastisch resultaat

Voor de eigen werkplaats liggen er nu zes plannen en maquettes die door de leerlingen zijn gemaakt. Een fantastisch resultaat. Toch houdt Swinkels ze nog binnenkamers. ‘We gaan dezelfde opdracht met nog een andere klas doen. Die wil ik evenveel ruimte geven. Als ik deze maquettes toon, bestaat de kans dat er kopieën van komen en ik wil juist originele resultaten. Dingen maken blijft populair, terwijl wij ook stimuleren naar de onderbouwing van het ontwerp te kijken, het programma van eisen uit te uitpluizen. Pas als de volgende klas klaar is, mag iedereen het resultaat bewonderen.’  


                               

Het eerste STEAM-magazine!

Dit artikel is afkomstig uit ons STEAM-magazine.
Zelf een exemplaar ontvangen van dit glossy magazine
boordevol inspiratie, interviews, proefjes en producten
of wilt u meer informatie?
Neem dan contact met ons op.

Nationale STEAM-dag

Wilt u meer weten over thema’s als maken, programmeren,
onderzoekend en ontwerpend leren, VR en nieuwe media?
Quest en Heutink organiseren gezamenlijk de eerste
Nationale STEAM-dag voor het onderwijs. 
Lees meer